Blog - Detail
Het verleden van de fiets.
03 januari 2012In 1855 bouwde John Kemp Starley de Rover, een stalen fiets met kettingaandrijving en wielen die even groot waren. Drie jaar later bracht John Dunlop een met lucht gevulde fietsbanden op de markt en daarmee was de ontwikkeling van de fiets vrijwel voltooid. Sindsdien is er fundamenteel aan de fiets niets meer veranderd.
De fiets was (en is) een goedkoop transportmiddel. Fietsen groeide uit tot een hobby, voor sommigen tot een passie. Met de opkomst van de fiets ontstond tegelijkertijd de wielersport. De eerste "Vlaamse" wielerwedstrijden werden rond 1870 in Brussel, Gent en andere steden gehouden. Fietsen zat en zit hoe dan ook in onze genen. De fiets werd al snel een symbool van vrijheid, emancipatie en welstand. Er werden wielerclubs opgericht en al in 1882 werd de "Fédération Vélocipédique Belge" gesticht. Aan het begin van de twintigste eeuw brak de tweewieler definitief door en hoewel het nog altijd een grote investering was, toch werd de fiets als transportmiddel voor heel wat mensen toegankelijk. Bewoners van het platteland werder er meteen een stuk mobieler door.
Rond de eeuwwisseling werd het een gewoonte dat de winnaar van een wielerwedstrijd geld kreeg. Nog voor de Eerste Wereldoorlog waren er dan ook al de beroepsrenners actief. De Vlamingen deden het bijzonder goed in het buitenland. Zo won Odile Defraye in 1912 de Tour. Dat bracht hem 32.000 frank op, zowat het totaal aan loon dat een arbeider kon verdienen in een ganse carrière van ...35 jaar hard labeur. De wielerhelden van toen werden "Flandriens" genoemd en nog altijd bestaan er tal van sterke verhalen over hen..
















